Interview Anton Kalse

Anton Kalse heeft meer dan 60 jaar hoorn gespeeld in de Diemer Harmonie. In 1997 werd hij ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Diemer Harmonie geinterviewd. Hij is op 17 augustus 2003 overleden.

Meer dan zestig jaar blazen in harmonie

Door: Hiltje Veldstra, Historische Kring Diemen

Op zondag 23 maart 1997 klonken er in De Omval vrolijke klanken: de ruim vijftig leden van de Diemer Harmonie vierden het 100-jarige bestaan van hun orkest met een feestelijk concert. Het oudste spelende lid, de hoornist Anton Kalse, deelt al ruim zestig jaar lief en leed met zijn geliefde Harmonie en wil er graag over vertellen.

“Ik ben in 1936 bij de Harmonie gekomen. Het jaar daarvoor waren ze met een draaiorgel langs de huizen gekomen om geld op te halen voor een vierde vaandel en een van mijn broers was toen zo enthousiast geworden dat hij op zijn twintigste nog trombone was gaan spelen bij de Harmonie. Hij haalde me over om ook lid te worden. Ik was toen elf jaar en kende de Harmonie van mooie zomeravonden, als ze buiten op het schoolplein aan de Ouderkerkerlaan repeteerden. Ik zat dan tegen de schutting om de Rooms-Katholieke school bij ons in de Schoolstraat naar die muziek uit de verte te luisteren, prachtig vond ik het. Jeugdleden betaalden een dubbeltje per week, werklozen ook, volwassenen een kwartje. Mijn vader en mijn oudste broer waren machinist op de Gooise tram, gelukkig konden mijn ouders het geld wel missen.”

Leertijd

Het eerste instrument dat Anton bespeelde was een piston (een koperen blaasinstrument dat er uitziet als een kleine trompet), maar na de komst van een volleerde pistonist, moest hij dat instrument afstaan en werd het een cor-hoorn. “Dat is een begeleidingsinstrument, alleen rechtshandig te bespelen. In 1978 ben ik overgegaan op waldhoorn, daarmee kan je ook solo spelen, ik had meteen spijt dat ik het niet eerder had gedaan.” De muziekinstrumenten werden door de Harmonie aangeschaft met geld van de vele donateurs en subsidie van de gemeente. De gemeente stelde ook gratis een repetitielokaal in de openbare lagere school aan de Ouderkerkerlaan beschikbaar. “Voor de repetitie haalden we de sleutel van de school bij de brugwachter. ’s Winters namen we allemaal wat steenkolen mee om de grote potkachel in het lokaal te stoken.” Anton kreeg les van Albert (Ab) Mooiweer, van beroep ijzervlechter, maar in zijn vrije tijd hoornist, bouwer van houten zeilboten en kunstschilder. Zijn huwelijkscadeau aan Anton en zijn vrouw, een copie van een zeegezicht van Mesdag, siert nog steeds de huiskamer. Cafe‚ De Kroon aan de Muiderstraatweg, waar hij nogal vaak te vinden was, had hij verfraaid met een exemplaar van de ‘Staalmeesters’. In de zomer van 1937 mocht Anton voor het eerst aan een concert meedoen, tijdens een concours in Hoenderloo. “We gingen er heen met een bus van Oostenrijk. Terwijl het orkest repeteerde, gingen de echtgenotes van de spelers met de bus een tochtje in de omgeving maken. Het goot pijpestelen en die bus is toen op een bospaadje in de modder blijven steken. De dames waren bij terugkomst niet bepaald te spreken. Gelukkig hebben we toen de eerste prijs gewonnen, dat heeft alles weer goedgemaakt.”

Optochten

Bij Antons komst in 1936 telde de toen wijd en zijd bekende Diemer Harmonie ruim vijftig leden. Willem Swager, klarinettist in het Utrechts Stedelijk Orkest en docent aan het Utrechts Conservatorium, was niet lang daarvoor zijn overleden vader Piet Swager (in 1908 aangetreden) als dirigent opgevolgd. Het was de tijd waarin de Harmonie nog een belangrijke rol speelde in het openbare leven van Diemen. Enige malen per jaar marcheerde het orkest al spelend door het dorp, voorafgegaan door de vaandeldragers met hun zwarte pet en witte handschoenen. “Rinus Groen droeg het grote vaandel, Gerrit Groen, Dirk Appeldooren, Willem Zorge en Clement, ik weet zijn voornaam niet, hij was al wat ouder, de vier kleinere, volgehangen met zilveren lauwerkransen, allemaal eerste prijzen gewonnen op concoursen. Achter de vaandels liep Willem Appeldooren met de grote trom op zijn rug, hij was niet helemaal goed in zijn hoofd, misschien kwam het daardoor dat hij soms helemaal uit de maat liep. Dan kwamen de kleine Willem van Zalingen, die op de grote trom sloeg, en Leen Mudde met de bekkens. En vervolgens de rest van het orkest. De vaandels werden bewaard in een vitrine in cafe De Kroon. Willem van Zalingen was ook een hele tijd penningmeester, maar erg streng was hij niet. Hij betaalde heel vaak zelf voor mensen die hun contributie niet bij zich hadden. “Ach, dat komt wel goed,” zei hij dan.”

Koninginnefeesten

Elk jaar werden de festiviteiten rond koninginnedag (30 augustus) geopend met een openluchtconcert van de Harmonie in de muziektent aan de Ouderkerkerlaan. In de week daarna, waarin de Oranjefeesten gecombineerd werden met de Landbouwfeesten, voer de Harmonie bij de zogenaamde gondelvaart in de Weespertrekvaart op een dekschuit van Willem van der Meer heen en weer van de Sniep naar de Hartveldseweg. “En dan ging de vierkante pot (de jeneverfles, H.V.) mee, want de oudere spelers wisten het wel: geen drank, geen klank!” In 1938 deed de Diemer Harmonie als een van de vele orkesten en koren mee aan de aubade op de Dam ter ere van het veertigjarig jubileum van koningin Wilhelmina. Het geheel stond onder leiding van Ferdinand Roeske. “De hele week gaven we avondconcerten, in het Vondelpark, het Oosterpark, het Thorbeckeplein. Een vrachtwagen van Willem van der Meer bracht het hele orkest dan na afloop weer naar Diemen. Een keer had die wagen pech, ik geloof dat we pas om drie uur ’s nachts thuis waren. Later werden we altijd gratis door Saan vervoerd, ook nu nog.”

Concerten

Een ander jaarlijks evenement was het donateursconcert in cafe De Kroon. Aan het eind van de jaren dertig waren dat vanwege het grote aantal donateurs twee concerten op opeenvolgende avonden. “We sjouwden dan een allegaartje aan stoelen op een handkar van de gemeente naar De Kroon, samen met onze houten lessenaars en de grote instrumenten uit het repetitielokaal. En dat moest allemaal ook weer terug natuurlijk. Bij de openluchtconcerten moest het hele spul naar de muziektent, ik heb zo heel wat voetstappen liggen in Diemen.” Buiten Diemen trad de Harmonie ook op. Anton heeft goede herinneringen aan de zondagochtend-concerten in de muziektent in het Oosterpark. “De concerten begonnen vroeg, om acht uur, want om tien uur, als de kerkklokken begonnen te luiden, moesten we klaar zijn. Er was altijd veel publiek, de toegangsprijs was een dubbeltje. Na de oorlog heeft de politiekapel die concerten van ons overgenomen.”

Na 1940

In mei 1940 kwam er een eind aan dit alles. “We repeteerden eerst nog wel, en een of twee keer hebben we nog een donateursconcert gegeven op zondagmiddag in De Kroon, maar verder was het afgelopen. Ons oude archief is in de oorlog ook verloren gegaan. Het lag in de kelder van het gemeentehuis en de Duitsers hebben het er uit gegooid.” Anton Kalse herinnert zich het eerste concours waar de Harmonie na de oorlog weer aan mee deed. “Het was in 1946. We moesten naar Spaarndam, maar er was geen vrachtwagen die ons kon brengen, dus we gingen varen. Johan (Han) Jongejans had voor een boot gezorgd. Hij was de jongste van de drie broers Jongejans die nog bij het Diemer Fanfarekorps hadden gespeeld. Hij was veehandelaar en het was dan ook een schuit waar altijd vee mee werd vervoerd naar de markten. We hebben hem eerst schoon moeten boenen aan de loswal, waar het burgemeestershuis staat. De prijs die we wonnen was een pond paling voor de dirigent.”

Jaren vijftig

Hoe het de Diemer Harmonie verging tussen 1946 en 1950 weet Anton alleen van horen zeggen, omdat hij die periode als dienstplichtig soldaat in Indonesie (toen Nederlands-Indie) heeft doorgebracht. “Daardoor heb ik ook de reis naar Zwitserland gemist met dat fantastische concert in Zurich. Ik heb wel meegespeeld met de Alpenjagers, een orkestje dat na die reis werd gevormd door een aantal leden van de Harmonie. We traden vooral op bij personeelsfeesten, in een soort Zwitserse kledij, met een hoedje met een veer erop. De opbrengst ging naar de kas van de Harmonie. In 1952 richtte J.J. Valk een jeugdorkest op, zeg maar als kweekvijver voor de Harmonie. Hij vroeg of ik hem wilde helpen. Ik heb toen les gegeven in de eerste beginselen van het spelen, notenlezen en eenvoudige techniek. Hoppe was de dirigent, hij kreeg f. 15,– per avond. Op de tiende bevrijdingsdag, in 1955, is het orkest op een platte boerenwagen met een paard ervoor door het dorp gereden. Een paar van mijn leerlingen zijn later nog bij de Harmonie gekomen. Het orkest heeft tot 1958 bestaan.”

Neergang

In 1959 vertrok Willem Swager, 23 jaar na zijn aantreden als dirigent van de Diemer Harmonie en 51 jaar nadat zijn vader het dirigeerstokje in Diemen had opgepakt. De continuiteit was verbroken, de Harmonie ging een moeilijke tijd tegemoet waarin diverse dirigenten elkaar opvolgden. “Omstreeks 1960 gingen we in uniform optreden. We hadden met geleend geld van de gemeente afgedankte uniformen van de KLM-Harmonie gekocht. De echtgenotes van een aantal spelers hadden er nog een boel werk aan om ze op te knappen. Later, toen die pakken onbruikbaar waren geworden, hebben we met de opbrengst van oud papier, dat toen veel geld waard was, nieuwe uniformen bij C&A besteld, bruine colbertjes met een beige broek. Ondertussen was toen de grote klap al gevallen. In 1965 was de muziektent aan de Ouderkerkerlaan afgebroken en onze repetitieruimte in de school waren we ook kwijt. Het hele gebied daar verdween onder het zand vanwege de aanleg van Diemen-Zuid. We konden onze spullen opslaan in een leegstaand huisje in Oud-Diemen en we moesten voortaan repeteren in de gymnastiekzaal in de Schoolstraat. Het rook er muf, de akoustiek was slecht, goede spelers gingen weg, oude spelers bleven te lang, het ging helemaal niet goed. Op een dag werd ik opgebeld dat krakers bezig waren onze spullen in Oud-Diemen bij het vuilnis te gooien. Ik als een haas er heen, ik heb nog het een en ander kunnen redden, maar een heleboel bladmuziek was al weg. Wat er nog over was, hebben we toen bij Saan opgeslagen. Gelukkig was daar ook het oude dirigeerstokje van het Fanfarekorps nog bij, dat is bij het jubileumconcert in maart nog gebruikt.”

Herstel

In 1974 deed de Harmonie voor het laatst in uniform aan een concours mee. In 1978 was het dieptepunt bereikt: er waren nog maar drieentwintig leden. Anton Kalse was de enige hoornist. Het voortbestaan van de Harmonie hing aan een zijden draadje. “Je kunt je dat eigenlijk niet meer voorstellen, het gaat nu weer zo goed met ons. En hoe dat zo gekomen is? Ja, dat weet je natuurlijk nooit precies, maar ik kan wel een paar dingen opnoemen. In 1978 kwam er een goede dirigent, Jean Gruter, die bijna tien jaar gebleven is. Zijn prima opvolger Dirk van der Niet is er nu ook al weer tien jaar. We hebben een voorzitter, Diny Koremans, die zich het vuur uit de sloffen loopt voor de Harmonie, zoals het hele bestuur trouwens. De gemeente werkt aan alle kanten mee. En de laatste jaren repeteren we in De Omval, waar je na afloop van de repetitie nog lekker even met elkaar kunt napraten. Ik heb er drie jonge collega’s bij, wie had dat in ’78 kunnen denken? Als ik gezond blijf wil ik heel graag nog een tijdje meespelen.”

Dit bericht is geplaatst in 2. Historie. Bookmark de permalink. Reacties en trackbacks zijn beide momenteel gesloten.